Geen draagvlak voor windturbines in veenkoloniën

draagvlak-windmolensHier een samenvatting van de resultaten draagvlakonderzoek windpark ‘De Drentse Monden en Oostermoer’

Achtergrond

In 2010 zijn in Drenthe aanvragen ingediend voor het aanleggen van windparken. Het betreft hierbij onder meer de aanvraag voor het windpark ‘De Drentse Monden en Oostermoer’. Dit is een windpark dat in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn zou moeten komen. Er bestaan bij de gemeenten twijfels over de aanname dat er onder de inwoners van de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn voldoende draagvlak voor het windpark is. Deze gemeenten hebben daarom samen met de gemeente Stadskanaal (waarvan de gemeentegrens grenst aan het mogelijke windpark) besloten onderzoek te laten uitvoeren om te verifiëren in hoeverre deze aanname is gerechtvaardigd.

Uitvoering onderzoek

Onderzoek- en adviesbureau Enneüs heeft in de maanden oktober en november van 2014 een draagvlakonderzoek uitgevoerd. De aangeschreven doelgroep in dit onderzoek bestaat uit in- en omwonenden van het gebied waar het windpark mogelijk komt (het zoekgebied). Het zoekgebied valt binnen de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze. De gemeente Stadskanaal grenst ten noordoosten aan het zoekgebied en is derhalve ook meegenomen in het onderzoek. Inwoners van (een deel van) de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn en Stadskanaal vallen binnen de doelgroep waarop het onderzoek zich richt. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen direct omwonenden en indirect omwonenden. De bepaling hiervan is gebeurd op basis van (1) het afgebakende zoekgebied en (2) de afstand van de woning tot het windpark.

Uitnodiging en respons

Voor de drie gemeenten tezamen zijn alle 7.610 direct omwonende huishoudens aangeschreven om deel te nemen aan het onderzoek. Om te komen tot een representatief beeld van het draagvlak onder de indirect omwonenden is een aselecte steekproef op huishoudensniveau getrokken. Voor elke gemeente zijn 1.000 aselect gekozen huishoudens aangeschreven, hetgeen neerkomt op in totaal 3.000 aangeschreven indirect omwonende huishoudens. Alle aangeschreven adressen hebben de mogelijkheid gekregen om de vragenlijst schriftelijk of online in te vullen. In totaal zijn er 4.229 ingevulde en bruikbare vragenlijsten geretourneerd en 278 uitnodigingen onbestelbaar retour gekomen. Op een totaal van 10.610 verstuurde uitnodigingen voor deelname aan het onderzoek komt de netto respons op 40,9%.

Beantwoording centrale vraagstelling

De centrale vraagstelling tijdens dit draagvlakonderzoek luidde:

‘In welke mate is er draagvlak onder in- en omwonenden van het zoekgebied voor het aan te leggen windpark binnen de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn?’

Op basis van de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat er veel weerstand is tegen de komst van het windpark ‘De Drentse Monden en Oostermoer’. Meer dan driekwart (77,2%) van de huishoudens binnen de gemeenten is (sterk) tegen de komst van het windpark, terwijl 10,3% voor de komst van het windpark is. 11,2% geeft aan neutraal te zijn, 1,4% geeft aan hierover geen mening te hebben. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dus dat het draagvlak voor het aanleggen van het windpark ‘De Drentse Monden en Oostermoer’ onder zowel direct als indirect omwonenden gering is.

Verschillen geografische en demografische spreiding

Naast de centrale vraag zijn enkele deelvragen gesteld. De eerste deelvraag luidde:

‘Zijn er significante verschillen als het gaat om geografische en demografische spreiding, en zo ja, welke verschillen?’

Het antwoord op deze deelvraag is dat dit inderdaad het geval is. Een nadere analyse van de onderzoeksresultaten leidt tot relevante significante verschillen in de geografische en demografische spreiding.

Er zijn significante verschillen in percepties gevonden tussen direct en indirect omwonenden, tussen inwoners van gemeenten onderling, tussen ouderen en jongeren, tussen bewoners van koop- en huurwoningen, tussen huishoudens met kinderen en huishoudens zonder kinderen en tussen samenwonenden/gehuwden en alleenstaanden.

De belangrijkste verschillen zijn:

  • Direct omwonenden staan negatiever tegenover de plannen dan mensen die wat verder weg wonen. Binnen de direct omwonenden zijn geen significante verschillen gevonden tussen de gemeenten; allen hebben vergelijkbare weerstand tegen de plannen. 
  • Direct omwonenden geven aan meer informatie te hebben ontvangen dan indirect omwonenden en voelen zich ook beter geïnformeerd. Daarnaast geven zij vaker aan naar hun ideeën te zijn gevraagd, inspraak te hebben gehad en mee te hebben kunnen beslissen over het windpark ten opzichte van indirect omwonenden.
  • Binnen de indirect omwonenden zijn de verschillen tussen de inwoners van de gemeenten allen significant; inwoners van Aa en Hunze zijn het minst sterk tegen, inwoners van Borger-Odoorn zijn significant sterker tegen dan inwoners van Aa en Hunze en inwoners van Stadskanaal zijn weer significant sterker tegen dan inwoners van Borger-Odoorn.
  • Huishoudens met een koopwoning zijn significant sterker tegen het windpark dan huishoudens met een huurwoning.

Voor- en tegenargumenten

De tweede deelvraag luidde:

‘Waarom zijn de inwoners voor dan wel tegen de aanleg van het windpark in het zoekgebied?’

Argumenten tegen

Het belangrijkste argument tegen de komst van het windpark is waardedaling van woningen. Een aantal ondervraagden geeft te kennen dat hun woning hoogstwaarschijnlijk onverkoopbaar zal worden indien het park wordt gerealiseerd. Ook wordt als nadeel genoemd dat bevolkingsgroepen tegenover elkaar (zijn) komen te staan als gevolg van de discussie over het al dan niet aanleggen van windparken in deze regio. Met betrekking tot het rendement geven de omwonenden aan dat er al meerdere malen aangetoond is dat windmolens een laag rendement hebben op het gebied van duurzame energie. Tot slot heerst er angst voor gezondheidsrisico’s en worden de mogelijke geluidshinder en horizonvervuiling genoemd als nadelen. Regelmatig wordt genoemd dat respondenten de regio willen verlaten indien de aanleg van het windpark zijn beslag krijgt. Ook wordt aangegeven dat het hier al om erkende krimpgebieden gaat en dat de plaatsing van windmolens een verdere leegloop kan veroorzaken en daarmee de leefbaarheid in het gebied zal aantasten.

Argumenten voor

Het belangrijkste argument voor de komst van het windpark is het opwekken van duurzame energie. Respondenten trekken de vergelijking met fossiele brandstoffen (die niet schoon zijn), of met het opwekken van kernenergie (dat risico’s met zich meebrengt). Met de realisatie van het windpark wordt duurzame energie opgewekt waardoor de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afneemt en er sprake is van CO2-reductie. Andere genoemde voordelen zijn onder meer dat de realisatie van het windpark kan zorgen voor economische impulsen voor de regio en dat het windpark kan leiden tot een toename van de werkgelegenheid.

Vergelijking relevante wetenschappelijke literatuur/andere gehouden draagvlakonderzoeken

De laatste deelvraag luidde:

‘Wat zeggen de uitkomsten van het draagvlakonderzoek in relatie tot relevante wetenschappelijke literatuur en tot andere gehouden draagvlakonderzoeken naar windenergie in Nederland?’

De uitkomsten van dit onderzoek zijn nauwelijks te vergelijken met ander onderzoek naar het draagvlak voor de aanleg van windparken. Er is sprake van te grote verschillen in achtergrond, stakeholders, beleidsfase en context in vergelijking met andere draagvlakonderzoeken. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een geringe mate van zowel inhoudelijk als procesmatig draagvlak. Burgers ervaren een lage betrokkenheid bij het proces. Als het gaat om de procesgang en het besluitvormingsproces, dan uiten veel respondenten hun onvrede. Er bestaat veel teleurstelling over de beperkte betrokkenheid van de bewoners van het gebied. Uit dit onderzoek wordt daarnaast duidelijk dat, naast waardedaling van woningen, er door veel mensen negatieve gevolgen voor hun welbevinden, woongenot en gezondheid worden voorzien door de aanleg van het windpark. Het geringe draagvlak voor de aanleg van het windpark lijkt in belangrijke mate te kunnen worden verklaard door (1) het geringe draagvlak voor het proces waarin het besluit tot stand is gekomen en (2) de onevenredig zware mate waarin mensen ervaren te worden aangetast in hun belangen. Als compensatiemaatregel kan de compensatie van de planschade op de meeste steun rekenen.

Bron: http://www.borger-odoorn.nl/over-de-gemeente/plannen-en-projecten/windpark-in-borger-odoorn.html

Gehele onderzoek: